Informatie voor de patiënt

Operatie


Bij een operatie wordt het aangedane stuk dikke darm met de tumor verwijderd. Vervolgens wordt de dikke darm weer aan elkaar gehecht. Om deze nieuwe verbinding goed te laten genezen, is het bij het grootste deel van de patiënten met een darmafsluiting noodzakelijk om een tijdelijk dunnedarmstoma (hogerop in de darm) aan te leggen. Bij een dunnedarmstoma wordt de dunne darm door de buikwand naar buiten gebracht, waardoor de ontlasting naar buiten wordt geleid en in een zakje dat op de buik is geplakt, wordt opgevangen. Op deze manier stroomt er geen ontlasting langs de nieuwe dikkedarmverbinding en kan deze goed genezen. Het dunnedarmstoma kan op een later moment weer worden verwijderd. In het ideale geval is de darmwand nog van dermate goede kwaliteit dat het aanleggen van een dunnedarmstoma niet nodig is.


De beschreven operatie gaat niet voor iedereen op met een darmafsluiting. Volgens de nieuwe richtlijn worden alleen patiënten jonger dan 70 jaar, die in lichamelijk goede conditie zijn, op deze manier behandeld. Oudere patiënten van 70 jaar en ouder, en patiënten met bijkomende ziekten die in lichamelijk slechte conditie zijn, kunnen een dergelijke grote operatie minder goed aan. Zij kunnen beter worden behandeld met een stent of een stoma.


Daarnaast kan het zo zijn dat de operateur (onverwacht) tegen problemen aanloopt, waardoor er geen nieuwe darmverbinding kan worden gemaakt. Ook kan het zijn dat de tumor is uitgezaaid en daardoor niet meer operatief te verwijderen is.